De gehoorgang
De gehoorgang is een soort bochtige buis waardoor het geluid naar het trommelvlies wordt geleid. In deze buis leeft het geluid zijn eigen leven waardoor de klankkleur enorm kan veranderen.
![]()
Trommelvlies
Aan het eind van de gehoorgang zit het trommelvlies, een paarlemoerkleurig vliesje. Hier worden de geluidstrillingen op gevangen door het lichaam. Vanaf dit moment zullen de geluidstrillingen een hele ingewikkelde weg afleggen voordat ons bewustzijn het opvangt als geluid. Als eerste zal het trommelvlies de trillingen overdragen aan de hamer. De kleur en de spanning van het trommelvlies kan veel informatie geven over wat er zich achter het trommelvlies bevindt. Lees verder...
![]()
Hamer aambeeld en stijgbeugel
In het middenoor zitten een paar kleine botjes, de gehoorbeentjes. Het trommelvlies trilt en brengt de Hamer, aambeeld en stijgbeugel in beweging. Omdat de werking als een soort koevoet is worden de krachten anders verdeeld en lijkt er een versterking te onstaan. Aan de stijgbeugel zit een voetplaat en deze brengt de trillingen over op het ovale venster.
![]()
Het slakkenhuis
Uiteindelijk komen de geluidstrillingen via het ovale venster in het slakkenhuis terecht. In dit slakkenhuis bevinden zich een paar kanalen die zijn gevuld met vocht. In dit vocht staan een groot aantal haarcellen. Door het vocht in beweging te brengen gaan de haarcellen dansen als wier op de bodem van de zee. Lees verder...
![]()
De Haarcellen
In het slakkenhuis staat een groot aantal haarcellen. Deze "haartjes" hebben ieder hun eigen toonhoogte en als er geluid klinkt dansen ze als het ware als koren in de wind. Zoals het koren verwoest wordt door een orkaan, kunnen harde geluiden de "haartjes" defintief tegen de vlakte slaan waardoor ze niet meer hun werk kunnen doen en je dus een gehoorverlies op bepaalde toonhoogten overhoudt.
![]()
De zenuwen en de hersenen
Als via de haarcellen de trillingen zijn omgezet in electrische stroompjes naar de zenuwen komt uiteindelijk de informatie in de hersenen terecht.
![]()

Aan ons hoofd zitten twee oorschelpen. De aparte vorm, grootte en richting zorgen er voor dat we geluiden op vangen. Door de specifieke kenmerken kunnen we de richting van het geluid lokaliseren. Vanaf de oorschelp legt het geluid nog een zeer ingewikkelde weg af. In 

